De hypotheekrenteaftrek stimuleert mensen om grote leningen aan te gaan met
flinke risico’s op het moment dat de rente stijgt of de woningprijzen dalen. Het
is een subsidie op schuld, en dat is onverstandig. Bovendien komt een heel groot
deel van die subsidie terecht bij de mensen met de hoogste inkomens en de
duurste huizen. Dat is onrechtvaardig.
Daarnaast drijft de onbegrensde subsidiëring van de rentelasten de prijzen
van koophuizen verder op, verspert voor starters de toegang tot de woningmarkt
en belast het de schatkist zwaar. Juist in een tijd van een hoog
begrotingstekort is dat onverantwoord. De houdbaarheid van het stelsel staat op
het spel.
Onze oplossingen:
- Wij maximeren de aftrek op 52 procent, ook als we het toptarief van 60
procent invoeren. Anders zouden de hoogste inkomens nog extra aftrek krijgen,
dat willen wij niet.
- Vervolgens bouwen we de aftrek vanaf 2015 af. We beginnen bij het 52
procen-tarief, dat daalt van 2015 tot 2025 met 1 procent per jaar. Dan is het
tarief van 42 procent bereikt. Pas vanaf 2025 gaat het tarief voor iemand die nu
tegen 42 procent aftrekt met 1 procent omlaag. Dat duurt dan nog 12 jaar. Voor
iedereen is dus in 2037 het aftrektarief van 30% bereikt.
- Het is dus niet zo dat voor mensen met lagere inkomens het tarief sneller
wordt afgebouwd of dat zij eerder het 30%-tarief hebben; als je nu tegen 42
procent aftrekt, verandert er pas in 2025 iets. Voor de hoogste inkomens is dat
10 jaar eerder.
- Naast het gelijktrekken van het aftrektarief voor iedereen, maximeren we ook
de hypotheekschuld waarover je aftrek krijgt. Deze maximeren we in 2015 op 1
miljoen euro. Daarna verlagen we dit maximum heel geleidelijk in 30 jaar tot de
gemiddelde woningwaarde.
- Dit betekent dat in de eindsituatie voor iedereen de hypotheekrente
aftrekbaar is tegen 30 procent, en dat de hypotheekrente van een gewone,
gemiddelde woning volledig aftrekbaar is. Dit is eerlijk en sociaal; we helpen
mensen met het kopen van een woning, maar villa’s worden niet langer
gesubsidieerd. Het geld dat hiermee bespaard wordt gebruiken we om de belasting
op arbeid te verlagen, zodat werken loont.