De opbrengsten komen ten goede aan de kwaliteit van het onderwijs, dat tot de
top-5 in de wereld moet behoren.
Onze oplossingen:
- Onderwijs is de motor van de samenleving
Zonder onderwijs geen ontwikkelde samenleving. Onderwijs biedt niet alleen
kansen voor een sterke kenniseconomie, maar ontwikkelt ook sterke
persoonlijkheden . Onderwijs is geen luxe, maar een noodzaak. Onderwijs is dan
ook niet alleen voor de rijken, maar voor iedereen; ook studenten met een
beperking of studerende moeders moeten een kans krijgen. De PvdA pleit ervoor
iedere student de beste kansen te geven. Niet geld moet centraal staan, maar de
student en de docent die het onderwijs geeft.
- De deur naar het hoger onderwijs open voor ieder talent
De PvdA gelooft er niet in dat steeds hogere hekken rond de universteit het
onderwijs verbeteren. In plaats van toekomstige studenten de toegang bij
voorbaat te weigeren, zouden wij liever investeren in manieren om studenten bij
de juiste studie terecht te laten komen. ‘Matching’ is daarvoor een goed
instrument: laat studenten kennismaken met docenten van de opleiding die hen
interesseert, zodat ze samen kunnen bekijken of deze opleiding voor hen de
juiste keuze is. Kiest de student voor de studie, dan bekijken student en
begeleider in februari nog eens of alles goed gaat en kunnen ze zo nodig tijdig
ingrijpen. Zo voorkom je onnodige uitval, slechte cijfers en
kwaliteitsvermindering, zonder de deur voor studenten preventief op slot te
doen. Bovendien zijn er al selectiecriteria: een Havo-diploma geeft recht op
toegang tot het HBO, een VWO-diploma tot de universiteit. Een groot hangslot op
de poort leidt in de eerste plaats tot een elitair onderwijssysteem. Daar kan
het kabinet voor kiezen, de PvdA doet dat niet.
- Uitdagend onderwijs, ambitieuze studiecultuur
De enige manier om te garanderen dat onze (kennis-)economie kan leunen op ons
hoger onderwijs, is de lat hoog houden. De zesjescultuur is geen optie.
Herkansingen moeten niet het uitgangspunt zijn: zoveel mogelijk studenten moeten
bij de eerste poging slagen. Docenten moeten studenten motiveren om
topprestaties te leveren en hen daarbij ondersteunen. Excellentie verdient steun
van de overheid: Universiteiten moeten geld, tijd en middelen ter beschikking
hebben om harde werkers die bijzonder goed presteren aan te moedigen,
bijvoorbeeld via Honoursprogramma’s. Zo krijgen de beste studenten de ruimte om
zichzelf te ontwikkelen en topprestaties te leveren. Daar heeft iedereen in het
hoger onderwijs baat bij.
- Investeren moet!
Elke cent die je bespaart op onnodige onderwijsuitgaven, moet weer in het
onderwijs geïnvesteerd worden. Als de onderwijskwaliteit eronder lijdt zijn
bezuinigingen onbespreekbaar. De VVD beloofde extra geld op onderwijs maar
bezuinigt netto juist op het onderwijs. De besparingen komen vast ergens
terecht, maar niet in het onderwijs. Dit is ongehoord. Onderwijsgeld mag niet
besteed worden aan hypotheekrenteaftrek voor kapitale villa’s. De begroting voor
het onderwijs moet dus niet kleiner worden, maar waar het efficiënter kan moet
het vanzelfsprekend efficiënter.
- Afrekenen op kwaliteit
De PvdA wil opleidingen betalen voor kwaliteit, niet voor snelheid. Dat betekent
dat keuzes vanuit de mens gemaakt moeten worden en niet alleen vanuit cijfers.
Rendement vragen we van een verwarmingsketel; voor een HO-instelling moet het
allerbelangrijkste zijn om goed voorbereidde slimmeriken af te leveren. Dat
betekent dat het niet puur gaat om hoeveel mensen slagen en hoeveel er
uitvallen, maar om de kennis en vaardigheden die geleerd worden en hoe getoetst
wordt of studenten het geleerde onder de knie hebben. Boetes voor gebrek aan
kwaliteit of snelheid zijn ook niet gewenst. Daarmee ontneem je de opleiding
euro’s die bestemd zijn voor onderwijs en daar wordt de kwaliteit niet beter
van. De PvdA pleit voor scherpere inspecties op het onderwijs en niet voor méér
inspecties. De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) moet strenger
controleren bij de accreditaties. Zwakke scholen/opleidingen moeten gewoon
dicht, als verbetering kansloos is.
- Een succesvolle doorstroom
De aansluiting na Havo, VWO en MBO moet veel beter. Veel studenten vallen in een
zwart gat vanwege de totaal andere leervorm. Ze horen op het juiste niveau te
zijn om de overstap te kunnen maken. Op de nieuwe opleiding is geen tijd en geld
om bij te spijkeren op zaken die men al had moeten beheersen. Er gaan miljarden
euro’s verloren omdat mensen voortijdig en onnodig uitvallen bij hun sprong naar
een vervolgopleiding in het HO. De PvdA wil meer begeleiding, maatwerk en zicht
op kwetsbare, maar getalenteerde groepen die we hard nodig hebben in de komende
jaren en met de juiste begeleiding een opleiding kunnen afronden. Wie dat nodig
heeft moet in de zomervakantie de gelegenheid krijgen om kennis bij te
spijkeren. Organiseer verplichte informatiecolleges, zodat studenten en docenten
kennismaken en houd de glossy-achtige marketingbrochures tegen het licht om de
betrouwbaarheid van informatie te toetsen. Naast de mogelijkheid van doorstroom
is het principe van ‘een leven lang leren’ van groot belang. Mensen moeten en
ook na een eerdere studie voldoende mogelijkheden behouden voor specialisatie,
omscholing en verdere ontwikkeling. Het deeltijdonderwijs in het HO is en blijft
daarom erg belangrijk. De PvdA maakt zich ten slotte sterk voor de bijna
vergeten groep van promovendi (aio’s) die vanuit hun studie doorstromen naar een
promotietraject. Er moet meer aandacht komen voor arbeidsmarktkansen en
perspectieven na hun promotie, wanneer zij buiten de wetenschap aan het werk
proberen te komen.
- Een betaalbare studie
Collegegeld mag nooit een belemmering zijn om te studeren. De overheid betaalt
de eerste bachelor en de eerste masterstudie van studenten. Bij een tweede
bachelor, een master en de pre-master mag een hoger collegegeld gevraagd worden.
Maar dit mag voor hoger onderwijsinstellingen geen melkkoe zijn. Nu vragen
universiteiten nog te vaak exorbitante bedragen voor tweede studies. Er moet een
maximum komen voor de prijs van een tweede studie en iedereen moet kunnen zien
hoe dat tarief tot stand komt. Een hogere bijdrage bij een tweede studie is wat
anders dan het onmogelijk maken van de tweede studie. De PvdA is nog steeds
voorstander van de invoering van een sociaal leenstelsel, als vervanging van de
studiefinanciering. Een sociaal leenstelsel draagt er aan bij dat de rekening en
voordelen van een studie eerlijk worden verdeeld. Terugbetalingsregelingen
moeten naar draagkracht en eerlijk opgezet worden, zodat mensen met een (te)
laag inkomen zich niet verslikken in hun studieschuld.
- De student aan het woord
Niet goed geld terug! Studenten die terecht ontevreden zijn over het geleverde
onderwijs moeten compensatie krijgen. Dat kan in de vorm van een extra
aanvullend studieprogramma of via het terugbetalen van het collegegeld als er
aantoonbaar niet geleverd wordt wat de student mag verwachten. De PvdA diende
eerder al voorstellen in om dit te realiseren en blijft zich hiervoor hard
maken. De studentmedezeggenschap moet steviger. Daarom moet er een verplichting
komen voor studentenraden en besturen van hogescholen en universiteiten om
informatie te koppelen en uitwisselen. Dat betekent dat een lid van de Raad van
Bestuur of de Raad van Advies regelmatig, verplicht, aanschuift bij de
vergadering van de studentenraad. Wij geloven niet dat besturen goede
beslissingen kunnen nemen als zij onvoldoende op de hoogte zijn van wat er onder
studenten leeft.
- Oog voor beperking
In de beperking toont zich de meester: opleidingen moeten eerst van uitmuntende
kwaliteit zijn, voordat universiteiten allerlei varianten aanbieden. Grote
instellingen zwemmen in de opleidingen, afstudeerrichtingen, AD-programma’s en
HBO-masters. Dat, terwijl bij sommige instellingen een aantal opleidingen
onvoldoende scoort. Alle mankracht is nodig om (slecht scorende)
hoofdopleidingen te verbeteren. Toekomstige studenten hebben het recht te weten
welke kansen en mogelijkheden er liggen met een bepaald diploma. Dat kan
bijvoorbeeld door van instellingen voor hoger onderwijs te vragen dat ze in de
studiebrochure realistische verwachtingen formuleren over het succes van hun
studenten op de arbeidsmarkt.
- Onderwijs is onze gezamenlijke toekomst
De samenwerking tussen het bedrijfsleven en beroepsgerichte opleidingen kan
beter. Studenten krijgen zo een beter contact met het bedrijfsleven, wat goed is
voor hun carrièrekansen. Het bedrijfsleven kan tegelijkertijd aangeven aan welke
kennis en vaardigheden behoefte is, zodat de opleiding daar doelgericht op kan
inhaken.