Scholen zijn meer dan les en leerstof. Scholen vormen een gemeenschap. Met
een hart en een ziel. Scholen kunnen in jonge mensenlevens een cruciaal verschil
maken tussen levens met of zonder kansen. Nee, de overheid is geen
geluksmachine. Maar het onderwijs, cruciaal onderdeel van onze publieke sector,
kan mensen in staat stellen de machine te bedienen. Docenten zijn daarin de
cruciale factor. Dat zei ik bij de opening van de Nationale Wiskunde Dagen 2012,
in Noordwijkerhout.
Wie het slagveld in Europa overziet, krijgt de neiging het moede hoofd in de
schoot te leggen. Twee jaar na de kredietcrisis zitten we in een schuldencrisis.
Een wanorde dreigt in de relatief jonge muntunie. En daarachter, daartussen en
daaroverheen liggen nog steeds een voedselcrisis, klimaatcrisis en energiecrisis
op de loer. Een onoverzichtelijke kluwen van immense, complexe en internationale
problemen. Je weet nauwelijks waar te beginnen.
Toch is onze opdracht vrij eenvoudig samen te vatten: een duurzame economie
opbouwen in een nieuw Europa. Over wat ons te doen staat, heb ik maandag
een gastcollege (pdf) gegeven aan
bestuurskundestudenten in Tilburg.
Onze publieke voorzieningen moeten worden verstevigd. Jarenlang zijn ze
stukje bij beetje afgeschaafd. Te lang hebben we ons, gedwongen door een steeds
groter wensenpakket en relatief beperkte middelen, bij alles in de publieke
voorzieningen afgevraagd: ‘kan het nog efficiënter’.
Het verschil tussen een ontsporende of een deugende jongen wordt niet in zijn
cliëntendossier, maar op het plein gemaakt. Schrik niet terug voor gevestigde
belangen en doorbreek het heilige loongebouw, draai de salarisschalen om en zorg
dat de leraar meer verdient dan de schoolleider, de wijkagent meer dan de
bureauchef. Want alleen zo houd je de beste mensen waar ze het hardste nodig
zijn. Voor de klas en op straat.
Dat zei ik gisteren in Zwolle bij een debat over de publieke sector.
Talloze rapporten zijn er gepubliceerd over – veelal Marokkaanse -
jeugdoverlast. Ellenlange discussies hebben we er in de Tweede Kamer over
gevoerd, als er op het AA-plein werd gevochten, als er in de bus in Gouda werd
bedreigd of als Marokkaanse jochies weer eens op indringende wijze via YouTube
hun stuitende wangedrag wereldkundig hadden gemaakt. En ondanks al die
informatie en debat, of misschien wel juist daardoor, kreeg ik niet het idee dat
ik het echt snapte. En dus klopte ik aan bij Stichting Aanpak Overlast
Amsterdam, die al enige jaren met straatcoaches en gezinsbezoekers de overlast
te lijf gaat. Dat werk kon me dichter op het probleem brengen dan ik ooit kon
komen via de beleidsstukken, zo meende ik. En dat was ook zo. Een jaar later, na
tientallen huisbezoeken en vele avonden en nachten als straatcoach, maak ik de
balans op.