Toespraak Job Cohen op PvdA-congres Nijmegen, 25 april
Gesproken woord geldt
Laat ik beginnen namens alle kandidaten u te danken
voor het vertrouwen, dat u ons vandaag geschonken hebt. Want vertrouwen is het
hart van de zaak. Het bindt ons. Wij doen het niet voor onszelf, wij doen het
samen.
Het is vanuit dat gevoel dat ik me nu eerst tot
Wouter Bos richt. Wouter je hebt, toen de crisis toesloeg, laten zien waar je
voor staat: we zijn niet weggezakt in een lange, diepe recessie, jij bent met
je collega’s in het kabinet, resoluut opgetreden, je hebt ons voor erger
behoed.
Dat we nu een goede startpositie hebben voor nà de crisis, is vooral jouw verdienste. Wouter, je bent
onze partij gaan leiden in een moeilijke periode en je hebt daar de
verantwoordelijkheid voor genomen. Als leider van onze partij heb je
onderkend dat ook intern vernieuwing noodzakelijk was en je bent een
onvermoeibare en geweldige inspirator geweest altijd in contact, altijd alert -
de publieke zaak én eerlijk delen voorop. Jouw visie op de sociaal-democratie
“mensen niet betuttelen, maar hen de mogelijkheid geven om zich te ontplooien”
sprak velen aan.
Maar de optelsom van vice-premier,
minister van financiën in crisistijd én partijleider
trok natuurlijk een wissel op thuis. En iedereen begrijpt dat je voelde dat
je een keus moest maken. Die keus heb je gemaakt en ik heb daar het grootst
mogelijke respect voor, een respect dat de laatste zes weken alleen maar is
toegenomen. De wijze waarop je je in die periode, die
voor jou natuurlijk niet gemakkelijk was, hebt ingespannen om mij in te werken,
vond ik groots en ik ben je daar persoonlijk buitengewoon erkentelijk voor.
Wij nemen vandaag afscheid van je als aanvoerder van
de Partij van de Arbeid, maar van Wouter Bos nemen wij géén
afscheid; want wij blijven een beroep doen op je denkkracht en je inzet. We
danken je voor alles wat je de afgelopen jaren voor ons en voor ons land hebt
gedaan.
Vrienden,
Vol overtuiging heb ik mij kandidaat gesteld voor
het lijsttrekkerschap van onze partij. En nu sta ik voor u, om dat
lijsttrekkerschap te aanvaarden. Het lijsttrekkerschap van de Partij
van de Arbeid. Dat doet mij meer dan ik zeggen kan.
Mijn ouders werden in 1946 welbewust lid van die
toen nieuwe partij. Zij
zagen dat als een nieuw begin na een inktzwarte periode. Een periode die hen had laten voelen,
in de meest letterlijke zin, wat het betekent om uitgesloten te worden, wat er gebeurt als haat de vrije loop krijgt. De wijze waarop mijn
ouders hun leven opnieuw vorm gaven en hoe zij daarover met mijn broer en mij
spraken, kònden spreken, heeft mij gemaakt tot wie ik
ben. Mijn ouders lieten vlak na de oorlog niks blijken van verbittering of teleurstelling. Zij
spraken over de hoopvolle perspectieven die zij zagen; de kans op een betere wereld. Zij waren
vastbesloten daaraan bij te dragen. Hoe moeilijk een situatie soms ook is,
perspectief blijven zien. Dat hebben ze aan mij overgedragen.
Ook nu is het voor veel mensen moeilijk om
perspectief te zien. Zij
horen politici op tv om het hardst roepen om bezuinigingen. Ze zijn bezorgd over hun baan in
tijden van een economische crisis. Ze ervaren onveiligheid op straat. De
samenleving lijkt te verharden, te verruwen. Veel mensen voelen zich buitengesloten. Zij
zien de wereld zonder grenzen, met al die snelle veranderingen, niet als een
belofte, maar als een bedreiging.
Het motiveert mij enorm om juist nu, in deze
moeilijke tijd, het perspectief te bieden op een fatsoenlijk bestaan voor iedereen. Op
volwaardige deelname van iedereen aan die samenleving. Daarom heb ik me kandidaat gesteld, om
samen met u, het verschil te maken.
Ik ken onze traditie. De sociaal-democratie
is gebouwd op de zorgen en idealen van mensen. Op het besef dat we met elkaar
tot meer in staat zijn dan ieder voor zich. Die daarom bereid zijn een bijdrage
te leveren die open staan voor anderen. Die instelling is nu meer nodig dan
ooit.
Nederland ondervindt de gevolgen van de ergste
economische recessie sinds 80 jaar. Het kabinet met de PvdA heeft
Nederland de afgelopen periode door het diepste dal van de crisis geloodst. Ik
ben er trots op dat mensen van onze partij op het cruciale moment hebben
meegeholpen de banken overeind te houden, zodat ons spaargeld niet in rook is opgegaan. Ik ben er
trots op dat we met deeltijd WW tienduizenden werknemers hun baan konden laten behouden. En het was
mijn partij die de economie een steuntje in de rug gaf; door niet meteen te bezuinigen,
maar door te investeren in huizen, scholen, en zorg. Dat heeft Mariette
vanuit de Kamer en Wouter vanuit het kabinet knap gedaan. Ook daarop kunnen we trots zijn.
De komende periode staan we voor grote uitdagingen. In
politiek en media horen we alleen maar ‘bezuinigen, bezuinigen, bezuinigen’.
Ja, het huishoudboekje moet op orde komen – en dat gaan we doen -, maar er is
veel meer.
Daarom zeg ik: kijk uit. Wees niet roekeloos. Natuurlijk,
de gevolgen van de crisis zullen ons allemaal raken. Wij zullen de tering naar de nering
moeten zetten. Dat is onvermijdelijk. Maar wel graag op een verstandige
manier. Want de economie is nog steeds erg broos. Eén aswolk
uit IJsland of een andere onverwachte gebeurtenis kan het herstel remmen. De Europese
economie groeide het afgelopen kwartaal amper. Het herstel gaat niet hard. Veel
ondernemers willen wel investeren, maar kunnen moeilijk krediet krijgen. Elke maand
komen er nog werklozen bij. Financiële markten zijn instabiel en dat gaat niet
alleen over Griekenland.
En dus zeg ik: kijk uit. Wees niet roekeloos. Het gaat
om mensen en het gaat om hun banen. Als we te hard en te snel bezuinigen, dan
knakken we het beginnend herstel van de economie dan vallen we terug in het
dal, duurt het langer voor we eruit zijn zullen de maatregelen des te
pijnlijker zijn, en verliezen nog meer mensen hun baan.
Als Wouter Bos in 2009 bezuinigd had zoals Mark
Rutte wilde, hadden we er nu een leger werklozen bij ter grootte van de stad Utrecht. Dan had
Corus, waar ik vorige week was, de mensen moeten ontslaan die ze nu, beter
geschoold, nog steeds in dienst hebben. Door actief overheidsbeleid. Wouter luisterde terecht niet naar
Rutte. En ik zal dat ook niet doen. We moeten verstandig handelen, niet roekeloos.
De crisis heeft ons geleerd wat er gebeurt als je
blind op de markt vertrouwt.
Dat recept heeft geleid tot de ontsporing van de wereldeconomie:
alle vrijheid voor de markt, te weinig toezicht. Royaal voor hebzucht en amper aandacht
voor armoede. En
als we straks niet oppassen, gaan de blinde volgers van de markt rustig op de
oude voet verder. Door
mensen met zeer hoge inkomens een zeer hoge hypotheekrente-aftrek
te blijven bieden en tegelijkertijd de gemeenschappelijke voorzieningen te verschralen. Door de
lasten niet naar draagkracht te verdelen en de rekening eenzijdig neer te
leggen bij mensen die het niet breed hebben. In de vorm van: hogere huren, hogere
zorgkosten, minder voorzieningen, en lagere uitkeringen. Dat is de neoliberale cocktail die
verantwoordelijk is voor de crisis. Diezelfde cocktail willen ze nu opnieuw opdienen. Het is als
de middeleeuwse kwakzalver: wat de kwaal ook is, de dokter kent maar één
remedie: aderlaten. Daarom
zeg ik u: we mogen het oplossen van de crisis niet overlaten aan de
veroorzakers van de crisis!
Sommige politici spelen een wedstrijdje wie
‘kampioen bezuinigen’ wordt.
Maar het gaat er op 9 juni niet om wie het meest bezuinigt. Het
gaat erom wie met de meeste wijsheid handelt in een situatie waarin de
overheidsfinanciën op orde moeten worden gebracht en tegelijkertijd grote
maatschappelijke vraagstukken moeten worden aangepakt. Dàt is de
opdracht!
Daarom brengen wij het huishoudboekje op orde in een
tempo dat past bij de huidige stand van de economie en met maatregelen waar ook
volgende generaties de vruchten van plukken. Dus: ja Mark Rutte, je hebt gelijk dat
we de boel in beweging moeten brengen. Maar als fiets- én
schaatsliefhebber weet ik dat je de ploegenachtervolging alleen maar wint als
je de boel bij elkaar houdt.
Beste mensen,
Ik ben voor u geen onbekende. U hebt mij de
afgelopen jaren kunnen volgen als burgemeester van onze hoofdstad, een stad die
zo haar eigen problemen kent. U weet dat ik , ondanks tegenwind, altijd een
aanpak heb gevolgd waar ik in geloof, èn die werkt. Ik geloof erin dat problemen vooral
opgelost worden met dialoog, door verbinding te zoeken, door aandacht te geven,
door te zoeken naar een gezamenlijk belang. Maar mijn aanpak is er niet alleen een
van overleg en samenwerking. Bij mijn aanpak hoort net zo goed: grenzen stellen. Dat doen we
thuis ook, in de opvoeding.
Grenzen zijn ook noodzakelijk op straat, in de buurt, in
bedrijven, in de omgang van landen met elkaar. Want grenzen stellen hóórt bij samenleven. Zonder grenzen ontbreekt veiligheid. Alleen in
een veilige samenleving kunnen mensen zich thuis voelen. En je thuis voelen, daar gaat het om,
voor iedereen. Want
een samenleving is pas echt sociaal als het er veilig is.
Daarom heb ik als burgemeester mijn uiterste best
gedaan om Amsterdam veiliger te maken: van preventief fouilleren tot
cameratoezicht straatcoaches die voor rust zorgen en ouders aanspreken op de
verantwoordelijkheid voor hun kinderen drugsverslaafden van straat halen en
criminaliteit en overlast van jeugdgroepen oplossen. Door repressie en preventie te
combineren, bereik je resultaten. Een uitgestoken hand waar het kan een
harde hand waar het moet. Een veilig Nederland en een fatsoenlijk Nederland.
Dat is wat mij voor ogen staat.
Ik wil leven in een land waar beschaving geen
ouderwets woord is. Waar ambulancebroeders zonder te worden aangevallen hun
werk kunnen doen waar ouderen met een gerust hart over straat kunnen om hun
kinderen te bezoeke .waar
niemand wordt uitgescholden, joden niet, homo’s niet, en ook moslims niet.
Daarom geloof ik zo in onze rechtsstaat. De rechststaat
die grenzen stelt en kansen biedt, die respect heeft en geeft voor ieders
vrijheid, die de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst en alle
andere grondrechten respecteert. Waar de rechten van de één niet meer waard
zijn dan die van de ander.
Die rechtsstaat moeten wij koesteren. Sterker nog, we moeten die rechtsstaat
verdedigen tegen al diegenen die hem geweld aandoen.
Beste mensen,
Ik ben ervan overtuigd dat Nederland een goede
toekomst tegemoet kan gaan. Hoe die toekomst eruit ziet? Er is voldoende perspectief. Want ondanks de crisis heeft Nederland
een goede uitgangspositie.
Ons land is vol mensen met kennis, ambitie, creativiteit,
vakmanschap, roeping en de wil om iets te bereiken. Mensen staan in de
startblokken om mee te doen, om de uitdagingen van onze tijd aan te pakken. We
zijn een klein land, maar tot grote dingen in staat. Laten wij al het talent
ontwikkelen dat wij hebben, en laat één ding duidelijk zijn: iedereen heeft
zijn eigen talent. Laten
wij ons best doen om niets daarvan verloren te laten gaan, want we zullen
iedereen heel hard nodig hebben. Investeren in onderwijs, dus
investeren in goede leraren, ervoor zorgen dat iedereen het beste uit zichzelf
haalt, geen genoegen nemen met matige kwaliteit. Kennis wordt steeds meer de
banenmotor. En als je niet wilt dat die kennis veroudert, dat mensen meekunnen
in de nieuwe tijd, dan is het gebod: scholing, scholing, scholing!
En zo komen we in een nieuwe tijd terecht.
Door de vergrijzing zijn er straks meer ouderen dan jongeren. Bovendien
worden mensen ouder, werken mannen en vrouwen en verdelen zij samen de zorg
voor de kinderen. Er
is veel minder zwaar lichamelijk werk dan vroeger.
Daar is onze maatschappij nog niet op ingericht, en
dat zal ons perspectief op werk grondig doen veranderen.
Het zal eerder voorkomen dat mensen, jong en oud,
banen aangeboden krijgen dan dat zij honderdvoudig moeten solliciteren. Zo ver is het nog niet, maar het komt
eraan, en sneller dan wij denken. Wij moeten dus maar gauw aan dat perspectief
wennen. En verstandige besluiten nemen die ons op deze nieuwe tijd
voorbereiden.
We moeten ons nu eerst een weg banen uit de
economische crisis. Daarom
hebben wij een Sociaal Akkoord voorgesteld. Partijen bij elkaar brengen,
gemeenschappelijke belangen opzoeken. Verantwoorde loonontwikkeling is
noodzakelijk om de problemen van nu op te lossen. Van werknemers wat vragen,
maar dan ook van werkgevers
Tegelijkertijd sorteert het Sociaal Akkoord voor op
de nieuwe tijd: meer ruimte voor scholing, het delen van zorgtaken, sterke
deelname aan de arbeidsmarkt.
Ook hoe je bezuinigt, moet passen in dat nieuwe perspectief. Vandaar
onze voorstellen voor een houdbare AOW, een doelmatige toepassing van de
hypotheekrenteaftrek en het omzetten van de studiefinanciering in een sociaal
leenstelsel, waarbij iedereen die kan, ook echt gaat studeren, maar een deel
van het profijt teruggeeft aan de samenleving. Dat zijn stuk voor stuk keuzes
die passen in de traditie van de sociaal-democratie.
Want het zijn eerlijke keuzes.
Beste mensen,
Terwijl we de economie herstellen en rekening houden
met de vergrijzing is misschien nog wel onze grootste opdracht: de wereld
schoner achterlaten voor onze kinderen en kleinkinderen. We moeten een duurzaam evenwicht
vinden tussen mens en aarde.
Geen opdracht doet zo’n beroep op ons
vernuft, onze creativiteit en ons doorzettingsvermogen. En juist daarom liggen
hier voor ons land kansen.
Met onze kennis en vakmanschap kunnen wij hier een prachtige
bijdrage leveren. Met
onze ingenieurs, waterbouwers, baggeraars, bergers, offshore-industrie, met
onze bereikbare havens en met onze Noordzee voor de deur hebben we uitgelezen mogelijkheden. Nederland
kan een wereldspeler zijn op het gebied van windenergie op zee waardoor we
zelfs grote delen van Noord West Europa van energie kunnen voorzien. Het is maar een voorbeeld, er zijn er
zoveel meer.
Als er in de komende jaren ergens arbeid èn exportmogelijkheden te vinden zijn, dan is het op het
enorme terrein van duurzaamheid en energievoorziening. De keuzes die we de komende jaren
maken, zijn bepalend voor de toekomst van ons land. Landen als China, India en Brazilië,
ze schieten vooruit, en wij moeten werkelijk ons uiterste best doen om dat
allemaal bij te benen.
In dat internationale krachtenveld speelt Nederland altijd een
opmerkelijke rol. Geografisch klein, maar economisch groot. Dat komt omdat we altijd de blik naar
buiten hebben gehad. We verdienen ons geld voor een belangrijk deel in het buitenland. Daarom
zeg ik: wij moeten ons niet achter de dijken verschansen!
Lotsverbondenheid tussen mensen houdt ook niet op
bij de grens. In de eerste helft van de vorige eeuw, toen nationalisme de norm
was en Europese landen bloedige en nietsontziende oorlogen met elkaar voerden,
riepen socialisten al op tot internationalisme. Want zij wisten dat het arbeiders in
het ene land nooit duurzaam goed zou gaan als arbeiders in het andere land
onderdrukt zouden worden. De wereld is sindsdien complexer, kleiner en veel
drukker geworden. Als
het elders niet is uit te houden, zien mensen altijd
de mogelijkheid zich te verplaatsen naar landen waar het beter is. Die
mensenstroom is een bron van zorg voor het land van vertrek èn
voor het land van aankomst.
Want het zijn de sterksten en de slimsten die vertrekken en die daardoor de kans op
verbetering in eigen land verminderen. In het land van aankomst is het een
bron van zorg voor mensen die daar niet om gevraagd hebben en hun omgeving wèl hebben zien veranderen: die als het ware verhuisd zijn
zonder verhuisd te zijn.
Dat leidt bij hen tot uitholling van solidariteit,
als die aan hen wel gevraagd, maar niet gegeven wordt.
Ons antwoord hierop is de combinatie van een
strenge, maar rechtvaardige Vreemdelingenwet en het bieden van perspectief in
de landen van herkomst. Het handhaven van duurzame vrede, het stimuleren van
democratie en het bieden van economisch perspectief zal niet alleen het lot van
mensen in die landen verbeteren, maar ook een deel van de zorg en onrust in
onze eigen samenleving wegnemen.
Beste mensen,
Veel kiezers hebben zich
uit onvrede afgekeerd van de politiek.
Zij vertrouwen politici niet meer en hebben het gevoel niet gehoord te
worden. Politici moeten zich dat aantrekken. Er is in de huidige politiek een
cultuur ontstaan, waarin schelden en elkaar verdacht maken gewoon lijken te zijn. Het gaat meer
om het spel dan om de knikkers. En bij gebrek aan daden zijn het de grote
woorden die indruk moeten maken. Kiezers willen daar niet bijhoren. En ik ook
niet.
Kiezers willen serieus worden genomen. En terecht.
We leven in een nieuwe tijd, een tijd van Twitter en Facebook. We moeten in deze informatiesamenleving de
mogelijkheden van een echte dialoog beter benutten. Daarom zeg ik: durf de
representatieve democratie te versterken. Niet bang zijn voor vormen van
directe democratie. Want: wie goede argumenten heeft, kan overtuigen.
Verstevigen van onze democratie is urgent, en daarom willen wij werken aan een
Nationaal Democratie Akkoord, zodat wij door stappen vooruit, het vertrouwen in
onze democratie echt vergroten.
Beste mensen,
Vrienden,
Ik heb u het perspectief geschetst dat ik voor mij
zie: samen uit het economische dal klimmen, op een verstandige manier, en de
inrichting van onze samenleving aanpassen aan de nieuwe tijd. Nederland
veiliger maken en onze wereld in stand houden door te investeren in
duurzaamheid. Mensen vertrouwen geven in onze democratische rechtsstaat. Dat is
voor mij de fatsoenlijke samenleving. ‘Iedereen telt mee’ is voor mij meer dan
een slogan. Het is iets wat mij mijn hele leven heeft
gedreven.
De laatste jaren als burgemeester toen ik al die
burgers, waar ze ook vandaan kwamen, het gevoel kon geven dat het ertoe doet
wat ze doen, dat ze bijdragen aan onze samenleving, door de straat schoon te
maken, door prachtige muziek te maken, door onderwijs te geven, door huizen te
bouwen en spoorwegen te onderhouden, door ideeën werkelijkheid te laten worden., door talent, welk dan ook, de gelegenheid te geven, zich
te ontplooien.
Vandaag aanvaard ik uw opdracht om er in Nederland voor te zorgen dat
iedereen meetelt.
Dankuwel.’