Wie het slagveld in Europa overziet, krijgt de neiging het moede hoofd in de
schoot te leggen. Twee jaar na de kredietcrisis zitten we in een schuldencrisis.
Een wanorde dreigt in de relatief jonge muntunie. En daarachter, daartussen en
daaroverheen liggen nog steeds een voedselcrisis, klimaatcrisis en energiecrisis
op de loer. Een onoverzichtelijke kluwen van immense, complexe en internationale
problemen. Je weet nauwelijks waar te beginnen.
Toch is onze opdracht vrij eenvoudig samen te vatten: een duurzame economie
opbouwen in een nieuw Europa. Over wat ons te doen staat, heb ik maandag
een gastcollege (pdf) gegeven aan
bestuurskundestudenten in Tilburg.
Lezing voor Juridische Faculteitsvereniging Tilburg, 23 januari
2012.
Enige tijd geleden mocht ik de
Herman
Höftenlezing houden. Herman was verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog,
lange tijd gemeenteraadslid voor de PvdA en gedurende zijn gehele leven
vrijwilliger in talloze organisaties. Het mogen uitspreken van die lezing
vervulde me uiteraard met enige trots, maar vooral met nederigheid. Wie de
prestaties van Herman Höften bestudeert voelt zich klein worden.
De koelbloedigheid waarmee Höften als verzetsstrijder in de oorlog de
grootste bankroof uit de Nederlandse verzetsgeschiedenis pleegde om daarmee
ondergedoken stakers van de spoorwegstaking te kunnen betalen, doet ons beseffen
dat heldenmoed een stadium kan bereiken waar veruit de meesten van ons nooit aan
toe zullen komen. Wie 30 jaar met grote inzet onafgebroken in de
gemeentepolitiek zijn maatschappelijke bijdrage levert, geeft een geheel nieuwe
betekening aan het woord doorzettingsvermogen. En Herman’s werkzaamheden voor de
samenleving in al die raadsjaren en in de jaren daarvóór en daarna vormen samen
een groot monument voor de sociaaldemocratische idealen.
Herman Höften’s levensverhaal van moed, doorzettingsvermogen en idealen is
niet alleen inspirerend. Ze is ook confronterend. Het is een ongemakkelijk
gevoel te beseffen dat de huidige problemen van instortende financiële markten,
overlopende overheidsschulden en een zich voortslepende Eurocrisis, misschien
wel voortkomen uit een gebrék aan moed, doorzettingsvermogen en
sociaaldemocratische idealen. Want de crisis waar we nu inzitten is toch vooral
ontstaan door wegkijken, gemakzucht en hebberigheid.
Herman Höften’s levensmotto: 'Doe maar gewoon' heeft sinds jaar en dag het
onderspit gedolven tegen het motto 'Pakken wat je pakken kunt'. Dat is een
pijnlijke constatering. En het wordt hoog tijd dat we ons bezinnen.
De crisis waar we in verzeild zijn geraakt, luidt niet alleen het eind van
een tijdperk in, het maakt ook een einde aan de illusies van een hele generatie,
mijn generatie, de ‘zorgeloze generatie’. Wij waren tieners in de no-nonsense
jaren tachtig en starter op de arbeidsmarkt in de booming jaren negentig, de
jaren waarin ‘het einde van de geschiedenis’ werd geschreven en de nieuwe
economie de wetten van de oude economie definitief opzij zou gaan zetten.
De conjunctuurcyclus behoorde tot het verleden, permanente groei leek de
toekomst, nooit meer recessie. De soberheid van de jaren vijftig lag een
eeuwigheid achter ons en er werd weinig meer vernomen van de idealen die de
jaren zestig en zeventig hadden beheerst. Wij gingen er eens goed van genieten.
Vooral materieel.
Salarissen stegen met vele procenten per jaar, net als de waarde van de net
gekochte woningen. Nieuwe generaties elektronica volgden elkaar op en werden
massaal het huis in gesleept. Wifi- flatscreen- en nespressoluxe werd
gemeengoed. Onze auto werd eerst langer, de stationwagon, daarna hoger, de MPV
en vervolgens breder, de SUV, en toen werden het er twee. Ervan overtuigd dat de
groei geen grenzen kende stortten we ons de nieuwe eeuw in. Niet alleen in
Nederland, maar in de gehele Westerse wereld. Het kón immers niet op.
Maar het kan dus wel op. De oerbossen kunnen op, de zoetwaterbassins kunnen
op, onze schone lucht kan op, vruchtbaar land kan op en olie kolen en gas kunnen
ook op. En ze kunnen niet alleen op, ze gaan inmiddels ook op. Het leek ons tot
op heden nauwelijks te kunnen deren. We nemen de berichten over oprakende
energievoorraden, verzengende voedseltekorten, verdwijnende oerbossen en
smeltende polen voor kennisgeving aan en gaan weer over tot de energievretende
orde van de dag.
Totdat... ook het geld op blijkt te kunnen. In feite was het al een tijdje
op, maar wij zin natuurlijk niet voor één gat te vangen. De allerslimsten van
ons construeerden een listig kaartenhuis van zorgvuldig verpakte en aan elkaar
doorverkochte kredieten. En zo stelden we, op de pof, de klap nog een paar jaar
uit. Totdat er ergens in Amerika een kaart tussenuitviel, de gehele constructie
in elkaar zakte en een regelrechte Knock Out uitdeelde aan onze economie. En in
tegenstelling tot de ver-van-mijn-bed-rimpeling die een smeltende Noordpool en
een voortrazende voedselcrisis de afgelopen jaren veroorzaakten, raakte de
kredietcrisis ons recht in het materiële hart. En dat hielp.
Een bijkans sufgefeeste generatie schrok opeens wakker uit haar roes. Alsof
iemand de muziek uitzet op het hoogtepunt van het feest. Verdwaasd keken we
elkaar aan, zoekend naar de schuldige. Wie heeft het gedaan? Wie heeft het feest
verpest? Waren het graaiers van Wall Street? Waren het de roekeloze huizenkopers
in Amerika? Waren het de politici die niet wilden opletten toen dat wel nodig
was? Eigenlijk wilden we zo snel mogelijk die daders vinden, zodat we die eruit
kunnen zetten, de muziek weer aandoen en het feest kunnen voortzetten alsof er
niets gebeurd is. Dat was 2008, dames en heren. Het is nu 2012.
Effe snel de muziek weer aan – banken redden - en dan doorfeesten is een
illusie gebleken. Ja een paar onverlaten, bankiers, hadden de muziek uitgezet,
maar de chips en het bier hadden we met zijn allen zelf al lang opgemaakt. The
party is over. Het is op. De hebzucht heeft niet alleen een paar banken, maar de
degelijkheid van ons financiële systeem, onze hele economie en zelfs onze
planeet ondermijnd.
En er komt dus niemand om de rotzooi op te ruimen. Dat zullen we helemaal
zelf moeten doen. Zoals we als tieners in allerijl de restanten van een
heimelijk feest wegwerkten voordat onze ouders thuis thuiskwamen. Met één
belangrijk verschil. Ditmaal hoeven we niet op te ruimen voor onze ouders, maar
doen we het voor onze kinderen. Dat schept andere verplichtingen. Deze keer
komen we er niet met het snel onder het tapijt vegen van de glasscherven en wat
Glorix om de dranklucht weg te werken. Daarvoor zijn de problemen te groot. Over
wat we wel moeten doen, wil ik het in dit gastcollege eens met u hebben.
Want wie het slagveld op dit moment overziet krijgt de neiging het moede
hoofd in de schoot te leggen. Twee jaar na de kredietcrisis zitten we in een
schuldencrisis. Een wanorde dreigt in de relatief jonge muntunie. En daarachter,
daartussen en daaroverheen liggen nog steeds een voedselcrisis, klimaatcrisis en
energiecrisis op de loer. Een onoverzichtelijke kluwen van immense, complexe en
internationale problemen. Je weet nauwelijks waar te beginnen.
En toch is onze opdracht vrij eenvoudig samen te vatten: een duurzame
economie opbouwen in een nieuw Europa. Ik zal u laten zien op beide onderdelen
van de belofte, een duurzame economie en een nieuw Europa, radicale
veranderingen nodig én mogelijk zijn.
Ik begin met het nieuwe Europa. Vriend en vijand zijn het erover eens dat het
Europese project is vastgelopen in het drijfzand van de schuldencrisis. Sommigen
zijn daar blij mee. Bij anderen overheerst de treurnis. Maar over het feit zelf
is grote overeenstemming. Europa zit vast. Loskomen is het devies. En daar
begint al meteen het grote schisma.
Terug, roepen SP en PVV degenen die het Europese traject toch al nooit zo
zagen zitten. Breek de macht van Brussel af, regel de zaken gewoon weer zelf en
stap – desnoods – uit de Euro. Terug! Voordat we nog verder in de prut
wegzinken.
Nee, we moeten vooruit roepen D66 en GL. Rechtdoor waden en dan komen we
eruit. Meer Europa, geef Brussel meer macht, een Europees ministerie van
Financiën, één belastingregime, strakke regels voor de overheidsfinanciën. Daar,
rechtdoor aan de overkant, daar moeten we naartoe.
Wie ervaring heeft met drijfzand weet dat geen van beide gelijk heeft.
Vrijwel nooit ligt de uitweg recht naar voren, of recht naar achteren. De route
uit het drijfzand is een omzichtige route, een balanceeract waar bij iedere stap
net iets meer grip moet opleveren op weg naar vaste grond onder de voeten.
De regeringsleiders, vele van rechtse signatuur, zien maar een probleem,
financiën, en gaan dus voor een eendimensionale oplossing. Maar de financiën
zijn niet het enige en zelfs niet het belangrijkste probleem van Europa. Net als
bij drijfzand bestaat het Europese probleem uit een hardnekkige mix van
factoren.
Ja, er zijn financiële zwaktes: banken met te weinig kapitaal en overheden
met teveel schulden. En er is vooral een veel te grote kluwen van onderlinge
verwevenheid van banken en landen, toegedekt met een ondoorzichtige laag van
risicodragende ingewikkelde financiële producten. Da’s een fors probleem.
Maar belangrijker is een andere zwakte, het democratisch tekort: Europa is
een eliteproject. Gebouwd vanuit ivoren torens in de veronderstelling dat men
daar het beste weet wat goed is voor ons. Mét Europese idealen, die ontzeg in
mijn voorgangers niet, maar zónder de Europeanen. En zolang het goed ging, was
er weinig aan de hand. Maar democratie, beste mensen bewijst haar waarde niet in
goede, maar juist in slechte tijden. Door een collectieve verantwoordelijkheid
te organiseren, ook als het minder gaat. En dat collectieve gevoel ontbreekt
totaal in het Europa van de elite. Er is geen gedragen project, geen gezamenlijk
gevoel en dus voelen te weinigen de behoefte om te hulp te schieten Het is
immers vooral hún schuld dat het fout is gegaan. Het is achteraf makkelijk
oordelen, maar het gebrek aan lef en geduld bij de elite om van Europa een
volksproject te maken, breekt ons nu op.
En er nog een derde factor die het drijfzand waar we in vastzitten zo
hardnekkig maakt. De grote sociaal-maatschappelijke verschillen tussen de
bevolkingen van de landen. Italianen spreken niet alleen een andere taal, maar
kennen ook een andere maatschappelijke en sociaal-economische moraal. Niet
slechter. Niet beter. Anders. De bouwers van Europa en van de muntunie hebben
het gemak waarmee die verschillen overbrugd kunnen worden schromelijk overschat.
Zoiets kost tijd, meer tijd dan men wilde nemen.
Wie de mix van diverse zwakten in Europa tot zich laat doordringen snapt
waarom de huidige eendimensionale route uit het drijfzand niet werkt. Als je de
financiële zwaktes oplost met een begrotingsautoriteit in Brussel, vergroot je
het democratische gat alleen maar verder. Zodat dat je verder weg zakt. Wie de
schuldenlanden met maatregelen opzadelt die hun samenleving ontwrichten,
vergroot juist de sociaal-maatschappelijke verschillen en duwt Europa verder de
prut in.
De verklaring voor het feit dat de regeringsleiders, waaronder de onze, er zo
naast zitten met hun analyse en dus hun aanpak, moeten we denk ik zoeken in hun
onverwoestbare geloof in de markten. Die maakt ze blind voor de diepere
oorzaken. Wie zoals Rutte stoïcijns verklaart ‘niets te hebben met Grieken’ en
blijft beweren dat de oplossing voor het Europese probleem louter met
begrotingen te maken heeft, heeft werkelijk geen idee waar ie in verzeild is
geraakt en dus al helemaal niet hoe ie eruit moet komen.
De EU-leiders pogen de crisis nu op te lossen door de Eurolanden met
begrotingsregels, als ware het duck-tape, bij elkaar te binden. Maar als je
daarbinnen de democratische en sociaal-maatschappelijke gaten niet opvult, knijp
je de hele zaak stuk en is er straks niks meer om bij elkaar te houden.
De tocht uit het drijfzand loopt niet alleen langs financiële, maar ook langs
democratische en sociale versterking van Europa. Ik schets u de belangrijkste
onderdelen van de routekaart: Allereerst is er tijd en rust nodig op de diverse
staatsschuldmarkten. En die komt er niet door een Noodfonds op te bouwen dat
zijn kracht zou moeten ontlenen aan risicovolle hefboomconstructies; dezelfde
risicovolle constructies die aan de basis van de bankencrisis stonden.
Nee, Europa moet eindelijk eens aan de financiële sprinkhanen die speculeren
op rentes en faillissementen, laten zien wie er de baas is. Na het vruchteloze
geëmmer met noodfondsen moet de conclusie zijn dat de ECB de enige is die dat op
zich kan nemen. Bokitokapitalisme stoppen vergt een gracht zo breed als alleen
de ECB kan graven. Geef die dan ook het mandaat om dat te doen.
En ja, de begrotingen van landen moeten weer op orde. Maar handel daarbij
niet roekeloos. Een door bezuinigingen afgeknepen economie komt niet op orde.
Leg dus het accent op hervormingen, op het versterken van economieën. Dan duurt
het misschien langer voor je bij de heilige -3% bent, maar het levert
uiteindelijk een sterker Europa op.
Rust op de obligatiemarkt en begrotingsherstel zijn de eerste stapjes, en
daar bestaat nog wel enige overeenstemming over. Al is ook hier het geklungel
deerniswekkend.
Het gaat echt fout bij de volgende stappen op weg naar herstel op middellange
termijn. Regeringsleiders staren zich ook daar blind op de financiën: een setje
begrotingsregels met streng toezicht. Niet eens uit Brussel, waar nog iets van
democratische controle door een parlement is, maar met een nieuw verdrag tussen
regeringen. Daarmee zakken we nóg verder weg in het democratische tekort. En we
houden onszelf ook nog eens schromelijk voor de gek. Een begrotingsautoriteit
die boetes oplegt kan uiteindelijk een tweede Griekenland niet voorkomen.
Sterker: hoge boetes versnellen het proces van een bankroet land alleen maar.
Het is een vorm van naïeve strengheid die zijn gelijke alleen vindt in de naïeve
vrijblijvendheid waarmee de muntunie ooit in elkaar werd gezet.
Die naïeve vrijblijvendheid kwam voort uit het geloof dat de vorige generatie
politici had in het gemak waarmee Europa economisch zou gaan samensmelten,
gevoed door het succes van de Duitse eenwording. Maar Europa is geen West- en
Oost-Duitsland. Europa is een veel diversere gemeenschap, verenigd door een
gedeelde geschiedenis, maar nog niet door een gedeelde sociaal-maatschappelijke
mentaliteit. En zolang dat niet het geval is kan een muntunie slechts een
smeermiddels zijn waarmee het naar elkaar toe groeien wordt vergemakkelijkt.
Het kan geen keten zijn waarmee Europa geforceerd bij elkaar wordt gebonden.
Die keten nog steviger aantrekken wanneer landen in problemen komen, zoals nu
gebeurt, werkt alleen averechts. Er is dus een andere vormgeving van onze
muntunie nodig.
En dat kan ook. Er bestaat een lijst met criteria: begrotingstekort,
handelsbalans, private schulden, rentevoeten etc.. waarlangs je landen kunt
leggen om te beoordelen of ze sociaal-economisch naar elkaar toe groeien. Met
dat scorebord kun je in een zeer vroeg stadium zien of een land uit koers raakt.
Mocht dat het geval zijn dan krijgt het land in mijn voorstel de even eenvoudige
als fundamentele keus: bijsturen of afscheid nemen. Dat laatste kan zonder
kleerscheuren of plotselinge devaluaties, mits je in een vroeg stadium van ‘uit
koers raken’ deze keuze maakt. Wanneer je een exit uit de Euro pas als ultieme
sanctie toepast of eigenlijk helemaal niet toestaat, is het te laat en is een
kladderadatsch zoals nu bij Griekenland het gevolg. Op die manier gijzelt het
project nu zichzelf. En de bevolkingen.
Dat laatste mogen we niet toestaan. Laat een land zelf én tijdig besluiten of
ze mee willen groeien met de rest van de Eurolanden of hun eigen weg willen
gaan. Ik zou het wel weten, en ik denk dat bijvoorbeeld veel Italianen ook
willen aanhaken. Maar laat de Italianen erover beslissen, niet de macht van de
obligatiemarkten of Brussel. Een munt kan Europa niet bij elkaar houden,
volkeren, 'demoi' kunnen dat met hun zeggingskracht 'kratos'.
Die democratische versterking van het Europese project ontbreekt nu totaal in
het geweld van de financiële discussie. De huidige discussie creëert een
onmogelijke keuze tussen ofwel of rechtdoor via een sprong naar veel meer Europa
met meer markt en meer munt. Of rechtsomkeert met een onmiddellijke en daarmee
zeer schadelijke ontmanteling van het project. De geleidelijke weg richting een
gezamenlijk gedragen toekomst, in eenheid of eventueel naast elkaar, wordt
genegeerd.
En dat snappen mensen dondersgoed. Ze zien heus dat veel van de opdrachten
van de 21ste eeuw, zoals energie, klimaat, migratie en het beteugelen van de
financiële markten, niet meer op de nationale schaal kunnen worden opgelost.
Maar ze passen ervoor om te kiezen voor een Europees eliteproject waar ze geen
greep op hebben. Helemaal wanneer dat project feilloos in staat blijkt mensen
tegen elkaar uit te spelen door bijvoorbeeld concurrentie om de laagste
minimumlonen, het soepelste ontslagrecht en de slechtste arbeidsvoorwaarden. En
al helemaal wanneer ze zien dat het eliteproject ondanks de lofzang op de
oneindige wijsheid van de markten, door diezelfde markten het faillissement
ingedreven wordt. Op dit moment stellen mensen voor de keuze tussen een falend
nationale oplossing en een failliet internationaal project. En dan vragen wij
ons af waarom mensen boos zijn? Ik niet. Ik ben daar zelf ook boos over. Omdat
Europa mij aan het hart gaat.
Maar groeit Europa wel naar elkaar toe als we de verbanden democratischer
maken, het duc-tape weghalen? De sociaal-maatschappelijke mentaliteit is immers
zo verschillend. Vallen we dan niet binnen de kortste keren uit elkaar in een
zuid en een Noord-Europa? Of erger, ij 27 losse landen? Misschien. Tijdelijk.
Maar ik ben bereid die omweg te nemen. Omdat ik geloof dat Europa alleen de
toekomst te lijf kan als het een gedragen project is. En omdat ik ervan
overtuigd ben dat de komende generatie, jullie dus, hun eigen weg zullen vinden
om de sociaal-maatschappelijke verschillen te overbruggen. Niet onder druk van
een krampachtig bij elkaar geknepen markt en munt-unie, maar gedreven door
nieuwsgierigheid en het intrinsieke verlangen om samen sterker te worden. Een
nieuwe generatie reist veel meer door Europa dan de vorige, voor jullie is
Europa alweer veel vanzelfsprekende dan voor mij. Ik twijfel geen moment dat die
ontwikkeling zich zal voortzetten. Bestuurders kunnen dat tempo niet van bovenaf
opdringen. Sterker nog: de huidige knellende banden rondom het Europese project
zorgt eerder voor vertraging dan voor versnelling. Omdat het de hoop en het
optimisme uit het project haalt; en het is die hoop die nieuwe generaties aanzet
volgende stappen te nemen.
Europa moet weer een hoopvol project worden. Een project van landen en
volken. Een politiek project, een sociaal project. Geen technocratisch concept
op neoliberale grondslagen. Er is een grote toekomst voor een sterk en sociaal
Europa waarin landen steeds meer naar elkaar toe groeien, profiterend van
elkaars kracht en elkaars zwaktes opheffend. Een Europa dat veel meer is dan een
markt en een munt. Een Europa waarin collectieve welvaart boven individuele
rijkdom gaat, waar samenwerking het wint van machtsuitoefening en waarin de
toekomst van onze kinderen belangrijker is dan instant bevrediging. Die visie
wil ik niemand van bovenaf opdringen. Omdat ik ervan overtuigd ben dat ze
voldoende aantrekkingskracht heeft om mensen voor zich te winnen.
Dames en heren, in het begin schetste ik onze opdracht in twee delen. Niet
alleen een nieuw Europa bouwen, maar ook een duurzame economie vormgeven. Die
tweede opdracht is zo mogelijk groter dan de eerste.
Ik neem even de omvang met u door. Een duurzame economie draait op duurzame
energie. Dat betekent dat we wereldwijd een arsenaal aan schone energiebronnen
moeten neerzetten waarmee we het equivalent van meer dan tweehonderd miljoen
vaten olie .. per dag …aan energie produceren. We hebben daarvoor nog één
generatie de tijd, voordat we definitief worden ingehaald door
klimaatverandering en blijvende energieschaarste. Een dergelijke omslag is in de
geschiedenis nooit gemaakt. En zeker niet binnen één generatie.
Voor wie de moed nu in schoenen zakt: de zon levert ons in een uur al een
hoeveelheid energie die gelijk staat aan meer dan 40 miljard vaten olie.
Maar voor wie nu denkt ‘dan is het dus een peulenschil’ nog even de volgende
reality check: Het op peil houden van de huidige energievoorziening vraag de
komende 20 jaar een wereldwijde investering van 100 miljoen dollar…per uur.
De uitdaging die voor ons ligt, wordt wel eens vergeleken met die van het
Apolloproject waarmee Armstrong op de maan terecht kwam. Maar het veroveren van
de maan is een makkie vergeleken met wat ons nu te doen staat. Het Apolloproject
draaide uiteindelijk om één vliegende telefooncel waarmee drie mensen een
retourtje maan maakten. Het realiseren van een duurzame energievoorziening
vraagt een complete verandering van een samenleving met uiteindelijk meer dan 9
miljard deelnemers.
Ik zie sommigen van u wat ongemakkelijk op hun stoel schuiven. Begrijpelijk.
Want bespiegelingen over de houdbaarheid van onze levensstijl worden vaak
geassocieerd met het einde van het optimisme. Met donderpreken dat we allemaal
naar de bliksem gaan. Maar het omgekeerde is waar. Wij zijn niet alleen het
probleem, wij kunnen vooral ook de oplossing zijn. Als het ooit mogelijk was, is
het nu. Nooit in de geschiedenis was er een generatie zo slim, zo rijk, zo
gezond en met zo velen als de onze. Wij zíjn in staat om onze ouders te
overtreffen in hun reis naar de maan. Wij kunnen de zon grijpen. Wij kunnen die
schone energiebronnen ontwikkelen en daarmee onszelf en toekomstige generaties
blijvend van hun energieprobleem afhelpen.
Mits we samenwerken op Europese, en via Europa zelfs op wereldschaal. Het
energievraagstuk is echt te groot om vanachter de waterlinie in ons eentje op te
lossen. We moeten investeringskracht en kennis op grotere schaal weten te
bundelen om zeker te stellen dat deze opdracht in een generatie tijd is
volbracht. En daar dienen zich tegelijkertijd kansen aan voor dat nieuwe Europa.
Alleen al de komende 10 jaar kunnen we met deze investeringen 2,5 miljoen banen
creëren in Europa en zo met name de jongeren in Europa weer het perspectief
teruggeven dat ze hadden verloren, Spanje heeft een jeugdwerkloosheid van 45%
maar ook geweldige mogelijkheden voor zonne-energie. In Italië is 30% van de
jeugd werkloos; en is de enorme duurzame energiepotentie nog nauwelijks benut.
Waar wachten we eigenlijk nog op? Europa was ooit een project van hoop en
optimisme. Dat kunnen we weer haar weer teruggeven. Door de opdracht voor een
duurzame economie samen te voegen met die van een nieuw Europa. Tot een verhaal,
met een toekomst. Precies wat je van sociaal democraten mag verwachten.
Dames en heren, ik keer weer terug naar Herman Höften waar ik dit college mee
begon. De man met het levensmotto: 'Doe maar gewoon'. En voor één keer geef ik
Höften geen gelijk. We moeten niet ‘gewoon’ doen. En jullie zeker niet. Jullie
moeten excelleren. Jullie moeten de vooruitgang vormgeven. Jullie moeten de
technologie uitvinden die wij nog niet konden bedenken, jullie moeten de
economie eerlijker verdelen dan wij konden opbrengen en jullie moeten de
internationale verdragen afsluiten waar wij niet aan toe waren.
Werk hard, blijf gretig, blijf nieuwsgierig. Veel succes.
Hier kan je je commentaar kwijt