Minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wil de drie
toezichthouders NMa, Opta en Consumentenautoriteit samenvoegen. Dat is
onverstandig, omdat hij voorsorteert op minder sectorspecifiek toezicht en
onvoldoende oog heeft voor ingrijpen op de markt voor internet, telecom en
media. Dat betogen mijn fractiegenoot Sharon
Dijksma en ik vandaag in een opiniestuk in het FD.
Bij de liberalisering van de telecommarkt kreeg de Opta bevoegdheden om de
markt concurrerender te maken, zonder dat sprake hoeft te zijn van misbruik van
een economische machtspositie. In die zin wijkt de Opta af van de NMa, die
slechts achteraf maatregelen mag nemen.
Na de herziening van de Europese telecommunicatierichtlijnen is het
sectorspecifieke toezicht ingekaderd binnen de spelregels voor het algemeen
mededingingsrecht. Zo kan de Opta pas maatregelen nemen als een bedrijf een
'aanmerkelijke marktmacht' bezit, wat in de praktijk neerkomt op een groot
marktaandeel, en er geen verbetering in de nabije toekomst wordt voorzien. Die
aanscherping leidt ertoe dat de Opta nog altijd niet in staat is de tv-kabel
open te stellen voor concurrenten. De verwachting is dat de nodige vernieuwing
van de vaste netwerken voor ultrasnel breedband op veel plekken zal leiden tot
nog minder concurrentie.
Een fusie schuift taken in elkaar. De nieuwe toezichthouder moet afwegingen
maken tussen generiek toezicht, specifieke taken ter bescherming van de
consument, sectorspecifiek toezicht op de energiemarkt en sectorspecifiek
toezicht op de telecommarkt. De kans is groot dat consumentenbescherming en
sectorspecifiek toezicht - de kleinere taken vergeleken met het takenpakket van
de huidige NMa - het onderspit delven.
De vraag is of dat past bij de ontwikkeling van de markt. Minister Verhagen
kan dat opvangen door het sectorspecifiek toezicht binnen de nieuwe organisatie
een eigen budget en eigen beslisbevoegdheid te geven, waarmee de Opta in feite
een beschermde positie krijgt binnen de nieuwe NMa. Maar dat verhoudt zich niet
echt tot de fusiegedachte.
Er is nog een reden waarom wij aan deze fusie twijfelen. De telecommarkt is
volop in beweging met een paar zeer grote spelers voor vaste en mobiele
netwerkverbindingen. De concurrentiestrategie draait vooral om de convergentie
tussen netwerk en diensten of inhoud. Samenvoeging van de Opta met het
Commissariaat voor de Media, (een deel van) het Agentschap Telecom en het
College van Toezicht Auteursrecht is een logische stap om de convergerende
markten onder één toezichthouder te brengen.
Groot-Brittannië ging ons voor met de oprichting van Ofcom. Een lezenswaardig
rapport van Rand Europe (2009) besprak de verschillende mogelijkheden om het
toezicht op deze convergerende markten goed in te richten. Vorige week pleitte
ook het Centraal Planbureau voor een Nederlandse Ofcom. In de vorige
kabinetsperiode liep dat stuk op de weigerachtigheid van het ministerie van OCW
dat de 'eigen' toezichthouder wilde behouden.
Minister Verhagen lijkt die strijd niet opnieuw aan te willen en beperkt zich
tot fusie van toezichthouders die onder zijn ministerie vallen. De noodzakelijke
convergentie van het toezicht op de markt voor telecom, internet en media is
daarmee voorlopig van de baan, met het grote risico dat het sectorspecifiek
toezicht op de telecommarkt, net als de gerichte consumentenbescherming, een
ondergeschoven kindje wordt in de nieuwe toezichtmoloch.
Dat pad moet minister Verhagen niet opgaan. Als hij dat toch doet, moet hij
het sectorspecifiek toezicht met eigen budget en eigen beslisbevoegdheid
veiligstellen. Maar veel beter kan hij de ambitie richten op wat werkelijk nodig
is: de toezichthouders op de markt voor internet, telecom en media samenvoegen.
Dit artikel stond op 14 maart op de opiniepagina van het FD.
Hier kan je je commentaar kwijt