Vanavond sprak ik in De Rode Hoed de 21ste Den Uyl-lezing uit, een zeer grote
eer. In mijn jeugd stond Joop den Uyl bij mij thuis symbool voor alles wat
deugde; en bij mij op school voor alles wat niet deugde. Zo ontstond mijn
politieke interesse. In de lezing ging ik in op de Derde Weg, de
sociaaldemocratische stroming die in de jaren negentig haar stempel drukte op de
politiek in Noord-West Europa. Ik vind dat het tijd is om lessen te leren, dat
er een alternatief is voor het liberale marktdenken, het kapitalisme waarin de
derde weg vastliep.
Ons vermogen politiek relevant bezig te zijn staat of valt met onze
overtuiging verschil te kunnen maken. Te lang hebben de neo-liberalen ons
proberen te doen geloven dat globalisering een anonieme onvermijdelijke beweging
was die over ons heen kwam en waar je niet onderuit kon, maar na de crash van
vorig jaar en de regeringswisseling in de Verenigde Staten weten we beter.Ook
globalisering is maakbaar. Meer regulering van markten blijkt opeens wel
mogelijk. De politiek blijkt zich wel met bonussen te mogen bemoeien. Het
beleggingsbeleid van banken kan wel ter discussie komen.
Hetzelfde geldt voor het neo-liberale pleidooi voor een kleine collectieve
sector. Scandinavische landen laten al jaren zien dat ook met een grote
collectieve sector economieën goed kunnen groeien én evenwichtige
inkomenspolitiek kunnen voeren én voorop kunnen lopen met duurzaamheid. De
grootte van de collectieve sector blijkt in de praktijk niet veel verband te
houden met de groei van een economie maar wel met de samenstelling van die
collectieve sector. Ook hier geldt dus dat er wel degelijk alternatieven zijn
voor het neoliberale model.
Wij moeten ons aan die dwangmatige logica ontrukken en betogen dat onze
welvaart niet slechts bepaald wordt door wat ieder individu in zijn eigen
portemonnee overhoudt maar minstens zozeer door wat we gezamenlijk investeren in
onze gezamenlijke toekomst. Een onderdeel van het brede welvaartsbegrip is ook
de welvaart die mensen ontlenen aan het feit dat in een samenleving bepaalde
ongelijkheden wel of niet bestreden worden.
De les die wij moeten trekken uit het falen van markten in de huidige crisis
is niet dat we terugvluchten naar het oude geloof in staatsinterventies en een
door de staat gedomineerd economisch leven. Dat zou louter resulteren in het
inruilen van de ene mislukking voor de ander. Ik zou liever een andere les
trekken en dat is dat we vooral realistisch moeten zijn over de markt. In dat
licht kan het verstandiger zijn de markt af te schermen dan haar trachten te
temmen. De markt gedraagt zich soms als Bokito. Je kunt heel lang denken dat je
hem onder controle hebt maar op een dag doet hij toch wat zijn reflexen hem
ingeven. Uiteindelijk geeft een hele brede diepe greppel meer zekerheid dan een
goede dompteur.
In mijn lezing ging ik verder in op de Derde Weg, de sociaaldemocratische
stroming die in de jaren negentig haar stempel drukte op de politiek in
Noord-West Europa. Het goede is dat de sociaal-democratie vanuit de impasse van
de jaren tachtig en negentig door de derde weg-vernieuwing heen is gegaan en
haar wilde postmaterialistische haren van de jaren zestig/zeventig verruilde
voor een broodnodige oriëntatie op werk en economie. Het slechte is dat de derde
weg vast liep in het moderne kapitalisme. En we moeten wel verder.
Hier kan je je commentaar kwijt